Column VI – 2014

Vrouw op de fiets

 

Een tijdje terug fietste ik samen
met mijn vriendin Aimée, van Luxemburg Wallonië in. Een duidelijke
grensafbakening tref je daar niet aan, maar toch is direct duidelijk wanneer je
de grens passeert: dat merk je aan het
wegdek. Snelheidsrecords worden niet gevestigd in de heuvels van
Wallonië. Daarvoor ben je bij het afdalen te zeer in beslag genomen door het
ontwijken van oneffenheden in de wegen, meestal lappendekens van allerlei
kleuren en lagen asfalt. Elke afdaling in Wallonië die je overleeft zonder
een rampzalige smak op het asfalt te maken, mag je als een bijzondere zegening
tellen.

Begrijp me goed: ik vind Wallonië
en de Ardennen prachtig. Het gebied lijkt mij toeristisch gezien een ‘sleeping
giant’. Zoveel mogelijkheden, zo spaarzaam uitgebuit. Er zijn prachtige bergen
en heerlijke natuur, maar campings bijvoorbeeld, moet je er zoeken met een
loep. Op een avond wilden we op één van de schaarse kampeerterreinen onze tent
opzetten. De onderneming werd gedreven door een stokoude man, met
een klapperend kunstgebit, een gebochelde rug, en, ondanks alles, een vrolijke
oogopslag. Inschrijven op de camping was slechts mogelijk op vertoon van een
paspoort. Veel campingeigenaren in Europa vragen daarnaar trouwens: ze
behandelen je soms alsof je een hypotheek komt afsluiten. Sommigen houden het
document zelfs een nacht bij zich, het is werkelijk niet te geloven. Enfin,
Aimée deed die dag de inschrijving, en ik wachtte buiten bij de fietsen. Ze gaf
haar paspoort aan de campingbeheerder en wachtte af. De oude kerel bladerde een
tijdje in het document.

‘Tja, dit is úw paspoort,’ zei hij
na een tijdje, terwijl hij het teruggaf.

‘Oui, bien sûr, dat is mijn
paspoort,’ hoorde ik Aimée zeggen op niet-begrijpende toon.

Mais non, hij moest het paspoort
van meneer hebben! En dus werd
ik bij mijn fiets vandaan geplukt om de verdere inschrijving af te handelen.
Want ik was de man. En met de man werden
de zaken gedaan. Ik acteerde
verbazing, maar in mijn hart gaf ik die ouwe kerel natuurlijk groot gelijk: we
hadden het hier tenslotte over een inschrijving op een camping voor een volle nacht,
en iedereen zal met me eens zijn: dat soort gewichtige dingen, handel je niet
met een vrouw af.       

De camping-eigenaar noteerde Aimée op
het inschrijfformulier onder het kopje ‘Kinderen’. Echt waar.

Europa anno nu.

Als het mij zo uitkomt, herinner ik
Aimée nog weleens aan die middag.

Haar verbijstering, toen ze door
kreeg dat zij de inschrijving niet kon voltooien omdat ze een vrouw is, is er
één die ik niet snel zal vergeten. 

 

Klik hier voor de column zoals hij in FietsActief nummer zes is verschenen