Acceptatie
Laatst had ik ineens dringend
behoefte aan frisse lucht, dus pakte ik mijn fiets en begon aan een ritje. Gewoon,
even uitwaaien op de toerfiets. Tussen de middag stopte ik bij een bankje, ging
zitten en at een broodje. Na een paar minuten liep er een oude man langs. Hij
liep langzaam. Met zijn rechterhand steunde hij op een wandelstok.
‘Eet smakelijk,’ sprak hij.
‘Dank u,’ knikte ik.
De man keek me een moment zorgelijk
aan.
‘Weet u waar ik een hekel aan heb?’
vroeg hij. ‘Aan haastige wielrenners,’ gaf hij direct zelf ten antwoord.
Hij keek even in de verte, alsof
hij me de tijd wilde geven, op deze diepzinnige pointe te reageren.
‘Hebben niet alle wielrenners per
definitie haast?’ wierp ik op.
De man knikte even grimmig.
‘Haastige wielrenners,’ herhaalde
hij. ‘Haastige wielrenners in grote groepen, die op het fietspad heel hard op
je af rijden en naar je schreeuwen, omdat ze willen dat je aan de kant stuift.
U weet wel.’
‘In die kleurrijke pakjes,’ opperde
ik.
‘Die ja,’ zei de man. ‘U begrijpt
wat ik bedoel.’
Het was even stil.
‘Weet u waar ík een hekel aan heb,
nu we het toch over fiets-ergernissen hebben?’ zei ik na een tijdje. De man
keek me vragend aan.
‘Aan auto’s, die ineens uit een
uitrit het fietspad op draaien. Ik werd net bijna ondersteboven gereden.’
Mijn gesprekspartner moest
toegeven, dat dit behoorlijk vervelend was.
‘Weet je wat ook ergerlijk is,’ zei
hij, de grafstemming verder verhogend. ‘Quads. De laatste keer dat ik op mijn
fiets reed, lekker in het bos, werd ik opeens ingehaald door een quad. Je weet
wel, zo’n asociale vierwieler die ook op bospaadjes kan rijden.’
‘Verbieden die ondingen,’ sprak ik
krachtdadig en nam nog een hap.
‘Ik schrok nogal van dat apparaat,’
vervolgde de man, ‘en viel van mijn fiets. Daar lag ik. Sindsdien heb ik niet
meer gefietst.’ Zijn blik werd droevig. Even was het stil.
‘Het was niet de eerste keer dat ik
viel. En nu durf ik niet goed meer,’ vervolgde hij na een korte pauze. ‘Mijn fietscarrière
is voorbij, ben ik bang. Dat moet ik accepteren. Daar ontkom ik niet aan.
Accepteren.’
‘Ik schrijf reisverhalen waarin de
fiets de hoofdrol speelt,’ zei ik, in een behoedzame poging tot bemoediging. ‘In
die boeken kunt u lekker met mij mee fietsen, dwars door Canada en de USA. En
dat zonder haastige wielrenners, gevaarlijke toestanden of andere
fiets-ergernissen.’
De man keek me aan.
Er brak een voorzichtige lach door
op zijn gezicht.
Klik hier voor de column zoals hij in de FietsActief is verschenen