Een stukje bewust-kweking meneer

"Een stukje bewust-kweking meneer"

 

Gisteren op Bevrijdingsdag fietsten Aimée en ik richting
Rotterdam. In IJsselmonde stopten we voor de kerk. Er stonden vijf prachtige
kransen voor het oorlogsmonument op het kerkplein. Op de grond lagen honderden
rozen op een rij. Oranje, witte, roze, gele en bontgekleurde rozen. Het zag er
prachtig uit, zo’n lange rij naast elkaar liggende rozen.

Terwijl we daar zo stonden, parkeerde er een auto naast het
kerkplein. Er stapte een man en een vrouw uit. Ze keken in onze richting en de
man riep: ‘Mooi hè?’, en ik zei ja. Toen kwamen ze op ons af lopen. Ik schatte
ze op een jaar of 65. De man vertelde dat er bij de Dodenherdenking  meer dan 375 mensen op het pleintje aanwezig waren.
Ze hadden 375 rozen neergelegd en toen waren de rozen op.

‘Heel veel jeugd ook,’ merkte hij tevreden knikkend op.
‘Heel veel jeugd. En dat is toch mooi meneer. Een stukje bewustwording naar de
jeugd toe,’ vervolgde hij.

Zo zei hij het echt. Ik moest denken aan Kees van Kooten die
het ooit had over ‘een stukje bewust-kweking’. Maar ja, dat was humoristisch
bedoeld. Dit niet. Mij was onbekend, dat er mensen waren die ECHT zo praatten.
‘Een stukje.’ ‘Naar de jeugd toe.’

Maar goed, dit was niet het moment om daar op in te gaan en
de rozen waren werkelijk prachtig en het idee erachter ook. We fietsten verder,
een hele rit door Zuid-Holland. Na 100 km waren we weer thuis. Ik was nauwelijks
binnen of de bel ging. ‘Niet wéér Jehova’s,’ kermde ik inwendig. Ik deed open.

Er stonden drie mini-mensjes voor me, van pakweg 4 jaar oud.
Links een jochie, rechts een blond meisje met grote blauwe ogen, en in het
midden stond een kittig ogend dametje met zwart haar en felle bruine kijkers. Zij
bood me een veldboeketje aan.

‘We hebben bloemen geplukt en die willen we je nu geven! Zomaar!’
straalde ze.

Waren dit bloemen misschien uit mijn eigen voortuin? Ach,
wat deed het ertoe. Ik pakte het boeketje aan. Het was heel erg lang geleden
dat een jongedame mij bloemen gaf. Ik kon er maar beter van genieten.

Ik wilde de voordeur weer met een zwaai dichtsmijten, toen
ik me realiseerde dat zes kinderogen mij verlangend en afwachtend aankeken.
Toen pas viel het kwartje. Ik ben soms een beetje traag in die dingen.

‘Willen jullie soms een dropje?’ informeerde ik.

‘Jaaaah,’ riepen de twee meisjes.

‘Ik lust geen drop,’ zei het jongetje bezorgd.

‘Eh, oké, lusten jullie dan een koek?’ vroeg ik.

Ze waren het er alledrie snel over eens, dat een koek ook
een zeer aantrekkelijke snack was. Ik liep naar binnen om koeken te pakken.

Terug bij de deur keken drie paar kinderogen strak naar de
koeken in mijn hand.

‘Weten jullie wat voor dag het is?’ vroeg ik.

‘Vrijdag,’ zei het jongetje.

‘Ja, maar weten jullie waarom al die vlaggen aan de huizen
hangen?’ vroeg ik. De meisjes keken me allebei een heel kort moment aan en
staarden toen weer strak naar de koeken. Kleine kinderen kunnen echt geobsedeerd
zijn door eten, net als dieren dat kunnen zijn.

‘Het is Bevrijdingsdag,’ sprak ik op leraren-toon. ‘Weten
jullie wat dat is?’

Ze schudden alle drie nee.

Ik wilde het gaan uitleggen, tot ik me realiseerde dat dat
helemaal niet zo makkelijk was aan een stel vierjarigen. Wat moet je zeggen? "Nou
jongens, die oosterburen van ons, die gezellige Duitse dikzakken, met die
schnitzels en die grote potten bier, nou die gedroegen me zich zeventig jaar
geleden als een stel klootzakken! Nou ja, hun opa’s dan."

Nee, dat was het ook niet.

‘Vraag thuis maar aan je vader wat Bevrijdingsdag is,’ zei
ik en gaf ze alledrie een koek.

‘Dank je wel,’ riepen de meisjes met hun piepstemmetjes en
weg stoven ze alledrie.

En dat was, vrees ik, mijn totale stukje Bevrijdingsdag-bewust-kweking
naar de jeugd toe, zeg maar.

Nou ja, ik heb het in elk geval geprobeerd.