Onze
fietstocht over de Wadden leidde uiteindelijk naar het laatste Nederlandse
Waddeneiland: Rottumeroog. Dat eiland is verboden terrein. Het is alleen met een
dag-excursie van Staatsbosbeheer te bezoeken, waarbij de fiets aan de wal
blijft. Zelf noemt Staatsbosbeheer deze dag heel gewichtig een
"expeditie". Ik vond dit zo prachtig, dat ik het ook steeds expeditie
noemde. Expeditie. Het klonk volwassen en serieus.
Het expeditie-schip vertrok op zaterdagochtend
om 11 uur uit de haven van Lauwersoog, aan boord waren dertig mensen. Iedereen
zat op banken en stoeltjes langs de reling. Onder een blauwe hemel voeren we richting
Rottumeroog, waar we een eindje uit de kust moesten wachten tot het water laag
genoeg stond om naar het eiland toe te lopen. Tijdens het wachten deinde de
schuit zachtjes, en de zon scheen uitbundig op de dansende golfjes. Het gaf een
merkwaardig vredig gevoel, ver weg van alles.
Bij het basiskamp op Rottum (twee
tentjes van opzichters en een houten overkapping) wisselden we van waterschoenen
naar wandelschoenen, en daar gingen we, op expeditie.
Waarderend liepen we over kwelders,
die volstonden met uitbundig groeiende, paarse bloemetjes. Lamsoor bleken die
te heten. (Dit begreep ik van de expeditieleider.) Maar er groeide ook witte
zeeraket, zeekraal, en bossen vol gele leeuwenbekjes. Tijdens de urenlange
wandeling viel de groep helemaal uit elkaar, wat je heel even de illusie gaf
van eenzaamheid.
Uiteindelijk kwamen we aan op de westpunt van Rottum,
waar veel rommel lag. De Waddeneilanden schuiven op naar het oosten – de
oorspronkelijke voogdwoning van Rottum staat nu in zee. Dit ‘opschuiven’ en afkalven
heeft geleid tot goed bedoelde pogingen om het onbewoonde Rottum te behouden. Een
overblijfsel van die pogingen, troffen we nu aan in de vorm van puin. Het deels
in zee, deels op het strand gestorte puin, was bedoeld als golfbreker en is afkomstig
van het verdwenen dorp Oterdum in Groningen. De namen van de grafzerken van de
Oterdumse begraafplaats zijn in het puin nog leesbaar.
Op de
terugreis naar Lauwersoog, inmiddels donker, werd het al snel kil aan dek. Gelukkig
werd er een ‘goedgevulde groentesoep’ geserveerd, er waren troostrijke warme
worsten en er was drank. Het waaide flink inmiddels, dus ik deed een dikke trui
aan en trok mijn pet diep over mijn oren. De sonoor ronkende motor, het rustige
deinen van het schip, de over de Waddenzee vegende lichtstraal van de vuurtoren
van Schiermonnikoog, alles nodigde uit tot filosofische bespiegelingen.
Mij
leek het op één of andere manier wel een waardige afsluiting van onze
Wadden-fietstocht.