Motortje in je fiets


De Tour de France is weer achter de
rug. Wekenlang konden we genieten van heroïsche gevechten op de fiets,
becommentarieerd door mensen met een heel eigen jargon. Maar ja, de Tour is ook
geen gewone wedstrijd, zei Mart Smeets weleens.


Nee, dat is de Tour zeker niet.


In mijn ogen gaat het in de Tour
niet eens primair om het wielrennen. De Tour is een gevecht tussen de helden
van de moderne tijd, een strijd waarbij geen middel geschuwd wordt. Het hele spektakel
heeft zelfs zijn eigen, nogal smakelijke taal. Als je die taal hoort, dan
bestaat kennelijk een groot deel van het wielrennen uit lijden en afzien. Men ‘stoempt’,
‘harkt’, of ‘fietst als een drol’. Op zeker moment hoorde ik de televisie-commentator
zelfs roepen: ‘Ja! Geparkeerd! Hij zit achterstevoren op zijn fiets!’


En een andere keer : ‘Kijk, zie je
dat? Hij vindt zichzelf een grote meneer, maar hij heeft de explosiviteit
van een natte sigaar!’


Als je dan je blik weer naar de tv
wendt, zie je daar een man, die gehuld in strak lycra tegen een berg opfietst met
een bijna bovenmenselijke snelheid, maar goed, de normen liggen hier kennelijk anders.


De situatie waarin de renner
verkeert, kan veranderen met de snelheid van het licht. Zo fietst men nog ‘als
een drol’, vijf minuten later hoor je Maarten Ducrot ineens roepen: ‘Ja hoor,
hij heeft nieuwe benen gevonden, kijk hem gaan! Hoe is het mogelijk!’

Nou
ja, dat laatste weten we inmiddels wel: met de hulp van epo, groeihormonen en sinds
kort ook motortjes, zoals bij Femke van der Driessche. Doping en bedrog zijn in
het wielrennen natuurlijk van alle tijden. Al in 1978 werd de
Belgische
wielrenner Michel Pollentier betrapt op een schitterende dopingfraude. Hij
bleek onder zijn koerstrui een ingenieus systeem van buisjes en reservoirs te
hebben aangelegd, dat hem in staat stelde ‘zuivere’ urine af te leveren. Zijn
echte plas, die vol zat met restanten van farmaceutisch snoepgoed, bleef veilig
in de blaas. Hij stond ongenaakbaar op de eerste plaats, tot een wakkere dokter
hem bij de dopingcontrole zag rommelen met het slangenstelsel.


Doping is al oud, maar motortjes zijn – voor mij althans – toch wel nieuw. Ik
keek er echt van op toen ik het hoorde.

‘Als je je nu in deze ontsnapping het snot
voor de ogen fietst, moet je een dikke motor in je borstkas hebben wil je
nog kans maken!’  riep Maarten Ducrot.


Tja, of in je fiets.

Klik hier voor de column zoals hij in de FietsActief is verschenen