Moderne techniek
Laatst las ik dit nieuwsbericht:
"Een intelligente fiets van TNO, die
waarschuwt voor gevaarlijke situaties, wordt maandagmiddag gedemonstreerd. Via
een display en trillingen in stuur en zadel geeft de fiets informatie over
achteropkomend verkeer en gevaar van voren."
Trillingen in stuur en zadel? piepte ik.
Al jaren heb ik op mijn toerfiets tot volle
tevredenheid een klein spiegeltje, om te zien wat er achter me gebeurt en welke
‘gevaren’ er eventueel dreigen. Dat spiegeltje doet het altijd en gebruikt geen batterijen. Een
trillend zadel is wel het állerlaatste wat ik wil. Ik wil niet ouderwets
of ‘anti-apparaten’ zijn (eigenlijk wel,
maar voor de vorm zeg ik van niet), maar waarom de problemen ‘oplossen’ met
behulp van trilzadels, als dat helemaal niet nodig is? Het leven zit inmiddels
wel vol genoeg met computertjes dacht ik zo, en de meeste daarvan zijn al zo
ondoorgrondelijk. (‘Een computer, die werkt gewoon met nullen en enen,’ zei
ooit eens iemand tegen me, alsof hij me de clou van een flauw raadseltje
uitlegde. Nee, dat maakte een hoop duidelijk.)
Maar nu dit: ondanks mijn standpunt aangaande technische
zaken, zijn mijn vriendin en ik sinds een paar jaar in het bezit van een
GPS-apparaat. Gewoon, op het stuur van de fiets. Nou ja, op het stuur van de
fiets van Aimée dan. Ondanks twee cursussen, ben ik niet zo handig met het ding.
En nu vraag ik me inmiddels af: wat werkt beter, de GPS of de
ouderwetse kaart? Vroeger stond je als het waaide, bijna altijd dus, vaak langs
de kant van de weg te vechten met je flapperende kaart. De kaart kon ook niet
zo heel goed tegen regen. Een enkele keer scheurde hij zelfs weleens. Maar hij
weigerde nooit dienst, hoefde niet opgeladen te worden en gaf geen irriterende
meldingen. Voor mij uiteindelijk dus toch liever een kaart. Veel romantischer
ook, en in ons korte bestaan is romantiek een stuk belangrijker dan efficiëntie,
lijkt mij.
Er zit echter, dat moet ik toegeven, één echt leuke functie
op dat GPS-apparaat: hij meldt waar je je bevindt. Vroeger had je daar zo’n
informatiebord langs de weg voor nodig. Op dat bord prijkte dan een wegenkaart
en ergens op het bord stond een dikke rode stip, en de woorden:
‘U bevindt zich hier.’
‘Hoe wéten ze dat?’ vroeg ik dan bij wijze van grap weleens
aan Aimée. Bij het GPS-apparaat vraag ik me werkelijk af hoe dat ding mijn
positie weet, maar men heeft me verzekerd dat het met satellieten te maken
heeft.
Maar natuurlijk.
Klik hier voor de column zoals hij in de FietsActief verscheen