Onze fietsen

 fietsen_tbv_site.jpg

 

Merk:                         Vittorio

Kleur:                         Gijs: zwart, Aimée: oranje

Balhoofdstel:               Shimano STX

Crankstel:                   Shimano 442

Trapas:                       Shimano Deore

Stuurbocht:                 Moonbocht 52 & bar-ends

Stuurnok:                    80-230

Stuurlint:                     Ergo handvaten en foam

Zadel:                         Gijs: Brooks Conquest, Aimée: Brooks Champion Flyer

Zadelpen:                   SR

Remmen:                    Magura HS33

Remgrepen:                Magura HS33

Achterderailleur:         Shimano XT

Voorderailleur:           Shimano Deore

Verstellers:                 Shimano 3*8

Ketting:                      KMC

Achtertandwiel:          Shimano HG-70 11-30

Pedalen:                     VP (geen spd, geen clips)

Naven:                       Shimano XT 36   Spaken: Sapim strong RVS   Velgen: Exal 36/32 gaats

Banden buiten:            Marathon XR 50-559

Banden binnen:           Frans ventiel

Spatborden:               Spencer

Bagagedrager voor:    Vittorio met zijstandaard

Bagagedrager achter:  Vittorio

Slot:                            AXA Defender

Achterlicht:                 Geen, wel reflector

Standaard:                  Esge comp

Bel:                            Cat-eye Comet

Fietspomp:                 Zefal HPx3

Bidonhouders:            2 x klein, 1x petfles

Fietsmontuur:             RVS kables bouten en moeren

Computer:                 Cat Eye Velo 5

  

Toen we vertrokken naar de USA, stond er 4000 kilometer op onze teller. Nog niet echt veel dus.

We gingen weg met nieuwe Marathon XR-banden. De 4000 kilometer daarvoor, reden we op Big-Apples van Schwalbe. Die reden lekker, maar sleten ook snel. Na 4000 kilometer (voornamelijk met bepakking) waren ze wel zo’n beetje op.

 

Ook vertrokken we met ieder een nieuwe ketting.

Ik werk met het twee-kettingensysteem, wat bij mij inhoudt dat ik om de 1500 kilometer de ketting eraf haal, schoonmaak, opnieuw invet en opberg.

Daarna maak ik de tandwielen en derailleur een beetje schoon en zet de andere (ingevette) ketting erop. Dit zorgt ervoor dat tandwielen en kettingen langer meegaan. Bovendien heb je dan een reserveketting bij je. Altijd handig als je ketting breekt of zo. Het ‘ketting eraf halen en weer opzetten’, is tamelijk eenvoudig met onze KMC-kettingen: ze hebben een sluitschakel die je kunt openklikken. Met Shimano-kettingen is dat een heel ander verhaal. Die werken met ponsen en nieuwe schakels geloof ik.

Het twee-kettingensysteem zorgt wel voor wat extra gewicht in je fietstassen, namelijk één ketting per persoon.

 

Vlak voor vertrek hebben we ieder nog een klein spiegeltje van Zefal laten monteren voor de veiligheid. Verlichting hebben we niet, we fietsen nooit in het donker (regel één van het grote wereldfietsershandboek: fiets nooit in het donker). In het donker verdwaal je, word je doodgereden, kom je in kuilen terecht, wordt beroofd enzovoort. Allemaal dingen die je niet wilt.

 

Onze Brooks-zadels waren weliswaar ingereden, maar toch blijven fietsonderboeken nodig. Wij dragen Ultima (Aimée) en Gonso (Gijs) met daaroverheen een gewone broek, in ons geval afritsbare Fjallraven broeken.

 

De fietsen hebben ons maar op zeer weinig momenten in de steek gelaten. We hebben in totaal vijf lekke banden gehad, allen achter. Dat lijkt me op 17.000 totale fietskilometers een goed gemiddelde.

Wat me wel enigszins bevreemdde, is dat bij mij redelijk snel beide trappers zijn gesneuveld (kogellagers kapot, je trapper gaat kraken en op een dag wil hij niet meer ronddraaien). Ze zijn 5000 kilometer meegegaan in totaal. Ik heb ze uiteindelijk vervangen door een set trappers van een Amerikaans merk die ik bij een fietsenmaker kocht.

Bij Aimée is één trapper op dezelfde wijze gesneuveld, en de andere is zwaargewond. Deze hebben we vervangen door Walmart trappers (7 dollar voor 2 trappers), die verbazend lang meegaan, nu al meer dan 6000 kilometer.

 

Tweemaal sneuvelden de spiegeltjes, maar dat kwam omdat de fietsen omwaaiden. Ze landden na hun val op de spiegels, en daar kunnen spiegels niet tegen. Gelukkig bracht ook hier de Walmart (wat verkoopt die tent eigenlijk niet?) uitkomst.

 

Voor het overige niets dan lof over de fietsen. Ze fietsen heerlijk, we hebben geen blessures opgelopen en geen enkele keer echt serieuze fietspech gehad.

 

In het begin van onze reis in de USA, laten we zeggen de eerste 1000 kilometer, had ik wel veel last van pijn in mijn linkerknie. De knie zette ook op, er zat vocht in. Op een gegeven moment kon ik zelfs bijna niet meer lopen, en heb ik zelfs (zij het stilletjes) overwogen, om maar helemaal met de trip te stoppen. Tot ik van een fysiotherapeut de tip kreeg, mijn zadel twee centimeter lager te zetten. Ik kon nauwelijks geloven dat zo’n – in mijn ogen – onbenullige aanpassing zou helpen, maar ziedaar: het hielp wel. De pijn en de vochtophoping, waar ik al een hele tijd mee liep te tobben, waren binnen een paar dagen verdwenen. Daarna heb ik helemaal geen last meer gehad.

 

De fietsers die wij tegenkwamen, verbaasden zich soms over het feit dat onze fietsen zo zwaar waren en over het feit dat wij geen spd-pedalen hadden, waarmee je je schoenen vastklikt aan je pedaal. Zodat je ook aan je knie kunt trekken als het ware. Velen wisten ook te voorspellen dat wij met onze zware fietsen en bepakking, en zonder klikpedalen, de bergen niet over zouden kunnen fietsen.

De praktijk was echter dat ik sneller de bergen opging dan menig ander met klikpedalen. Daarom nog even iets over klikpedalen. 

De reden dat we geen klikpedalen hebben is tweeledig: ten eerste denken wij dat kniegewrichten niet zijn om aan te trekken. Daarnaast vereist het systeem speciale schoenen, waarop je weer niet lekker kunt lopen. Dat laatste is toch wel prettig als je eens iets moois ziet langs de weg, waar je heen wilt lopen.

Verder zijn de fietsen inderdaad zwaar. Naar mijn idee erg zwaar zelfs, maar daardoor ook erg robuust en onverwoestbaar. In mijn beleving merk je als je een tijdje fietst eigenlijk weinig van de extra kilo’s. Op dagen dat ik acht (8!) liter water extra moest meenemen, merkte ik eigenlijk nauwelijks verschil, terwijl dat toch acht kilo extra is. Het heeft mij geleerd niet te kinderachtig zijn in het grammenjagen, alhoewel je natuurlijk altijd een beetje op je totaalgewicht moet blijven letten.

 

Daarom nog even de gewichten per persoon:

 

Fiets: 19 kilo

Bagage: 25 kilo

Water: verschilt, tussen 2 en 8 liter

Voedsel: verschilt ook nogal, maar meestal toch wel een aantal kilo, we houden er niet van zonder lekker eten te zitten.

 

En dat bleek allemaal prima te werken: we hebben er coast-to-coast mee door de USA gefietst.