Column I – FietsActief maart 2015

De zeelucht-factor

Afgelopen winter reden mijn
vriendin Aimée en ik weer eens een paar ’toertochten’ met de mountainbike. Bij een
toertocht volg je een parcours van 40 tot 50 kilometer, dat is uitgezet
door een wielervereniging. Op een ochtend reisden we in alle vroegte naar
Zeeuws-Vlaanderen, de mountainbikes achterop de auto. In de kantine van de
plaatselijke voetbalvereniging schreven we ons in voor de tocht en
vertrokken. Het was half tien in de ochtend en het vroor vier graden.

Na een paar kilometer fietsen, schrijnde
mijn gezicht van de vrieskou en ik dacht: mijn hemel, waar ben ik aan begonnen?
Nu heb ik die gedachte regelmatig, bij allerlei gelegenheden in het leven, dus
daar maak ik me verder niet zo druk om.

We reden verder, dwars door de weilanden.
Links lag omgeploegd, glimmend akkerland, rechts af en toe een eenzame
boerderij omringd door hoge, wuivende populieren. Na verloop van tijd
brak de zon door; ook reden we inmiddels over een boulevard langs het strand.
De wereld zag er ineens heel anders uit. Aan de ene kant lag het wit be-ijsde
strand met de klotsende zee, aan de andere kant een paar uitgestorven campings.
We hadden de wind pal tegen. Mijn ogen traanden, de kou
sneed als een mes langs mijn gezicht en mijn tenen waren van ijs. Ineens
zag ik een wegwijzer. "Knokke-Heist" stond erop. Knokke. België. Belgische
kust. Bij Belgische kust denk ik aan warme wafels met slagroom. Het visioen
liet me niet meer los.

We
draaiden het binnenland van Zeeuws-Vlaanderen weer in, en passeerden het
plaatsje Boerenhol. Hoe bestelt iemand die daar woont iets per telefoon?
"Goed, en waar mogen we de Ab-Cruncher heen sturen? Boerenhol zei
u?"

Ik
zette nog eens extra aan om warm te blijven, maar de Belgische wafel ging niet
meer uit mijn gedachten. We passeerden het dorpje "Nummer Een".
Zelfde probleem als Boerenhol leek mij.

Na
46 steenkoude kilometers draaiden we het terrein van de voetbalvereniging weer
op.
"Zullen we naar Knokke rijden om een warme wafel te gaan eten aan de
boulevard?" vroeg ik Aimée.
Dat hoefde ik geen twee keer te vragen. Een klein half uurtje later zaten we in
een knus etablissement, pal naast een loeiende open haard. De serveerster
bracht ons hete chocolademelk en een dienblad met warme wafels en slagroom. Na
drie uur fietsen in de vrieskou, was het de lekkerste wafel die ik ooit heb
gegeten. Eten wordt
namelijk lekkerder naarmate je langer hebt gefietst in de buitenlucht. Zeker als
het vriest. En bij inspanning vlakbij zee, moet je dit nog vermenigvuldigen met
de zeelucht-factor.

Maar dat begrijpt iedereen. 

Klik hier voor de column zoals hij in de FietsActief staat