In september 2015 komt een lang
gekoesterde droom uit: fietsen over alle Wadden-eilanden. We beginnen op Texel
en hoppen dan van eiland naar eiland, helemaal tot en met het onbewoonde
Rottumeroog (met een expeditie van Staatsbosbeheer).
In Den Helder pakken we de veerboot
en even later fietsen we Texel op. Een merkwaardig glorieus gevoel. Een paar
uur later breekt er een ongelofelijk noodweer los. Daken waaien van
boerenschuren en onze tent loopt onder water. Welkom.
De volgende dag is het zonnig; wel
staat er een zuidwester-stormwind. We fietsen door het magistrale natuurgebied
de Slufter, met de wind in de rug. Dit zijn de Wadden: prachtige duinen, vol
bloeiende heide en wuivend helmgras. Maar ook rust, weidsheid en wit licht. In
de verte flonkert de Waddenzee.
Bijzondere naam trouwens,
‘Slufter’. Het klinkt een beetje als:
‘De verdachte toonde tot tweemaal toe
zijn slufter, voordat de politie…’
Binnen de Slufter is een gebied dat
‘De Bol van Dordrecht’ heet. Weet iemand waarom het zo heet?
Na onze fietstocht van vandaag willen
we overvaren naar Vlieland, maar omdat het zo hard waait, bel ik eerst maar
even met de veerdienst van het schip ‘De Vriendschap’. Dat is een boot die in de
zomer tussen Texel en Vlieland pendelt.
‘Wind?’ zegt een vrouwenstem aan de
andere kant van de lijn. ‘Nou dat valt wel mee hoor, we varen gewoon!’
Dit is, neem ik aan, die stoïcijnse
eilandmentaliteit waar ik zo dol op ben: bij storm gewoon doen alsof het
bladstil is. Wind? Waar heb je het over?
Op ‘De Vriendschap’ sjort de
schipper alle fietsen stevig vast. Bij navraag moet men toegeven, dat het
misschien toch niet helemaal bladstil is. In feite hebben ze lang getwijfeld of
ze wel zouden uitvaren. De boot stampt en slingert. Naast me zit een Duitse
tweeling van twaalf en de meisjes gillen wat af.
‘Hilfe’! roept hun moeder in paniek als de voorsteven
van de boot een enorm eind de lucht in wordt getild en weer wordt neergesmeten.
Golven beuken over het schip. Het is dat je hier door lauw water van pakweg een
meter diep naar Vlieland zou kunnen waden, anders had ik misschien wel meegegild.
Op het strand van Vlieland staat de
Vliehors klaar, een enorme truck, die ons met fietsen en al naar Hotel Posthuys
brengt, dwars door het uitgestrekte zandgebied van West-Vlieland. Bij elke
wiel-omwenteling stanst één van de enorme achterwielen een gedicht in het zand:
Breng gedachten vol verlangen
naar het lege stille strand
Schrijf ze duizend stille malen
tussen duizend korrels zand.
Wordt vervolgd.
(Gedicht van Jan de Booys)