Column III – 2014

Fietsendiefstal

 

Laatst parkeerde ik mijn fiets bij
een treinstation. Buiten, in een onbewaakte stalling. Toen ik richting de
ingang van de stationshal liep, kwam er een man op me af, die me een folder in
handen drukte over fietsendiefstal.

‘Per jaar worden er 700.000 fietsen
gestolen!’ las ik, al verder lopend. Wauw. Dat zijn bijna 2000 fietsen per dag.
Ik kon het bijna niet geloven.

De folder bevatte een aantal tips.

‘Zet de fiets altijd op slot,’ was
tip nummer één. Wacht even. Wát zei u daar? Zet de fiets altijd op slot? Momentje,
dan pak ik even pen en papier!

Na deze waardevolle tip volgde nog
een heel aantal tips, eerlijk gezegd nogal variërend in nuttigheid.

Toen ik later die dag weer
terugkwam op het station, stond mijn fiets er gelukkig nog. Maar ik was wel
gestraft voor mijn sarcastische gedachten, want er was iets heel geks aan de
hand. De bidonhouder was van mijn fiets af. Kan je het geloven? Dat ding zit
met imbus-schroefjes vast aan het frame!

Ik liep nog eens om mijn fiets
heen, nogal verbijsterd, maar de houder was er echt af. Nu zit er onder het
station een bewaakte fietsenstalling annex winkeltje. Ik erheen.

‘Verkoopt u misschien bidonhouders?’
vroeg ik aan de man achter de toonbank.

‘Nee, die verkoop ik niet,’
antwoordde hij lijzig.

Ik wilde alweer weglopen, maar iets
trok mijn aandacht naar twee rekken achter in de winkel en ik stapte erop af. De
rekken hingen vol met fietsaccessoires, en in één van de stellages hing wel
degelijk een aantal bidonhouders. Ik pakte er één uit het rek en liep terug
naar de kassa. De man achter de toonbank zat patience te spelen op zijn computer. Toen ik voor hem stond, keek
hij op.

‘En wat is dit dan?’ vroeg ik,
uiteraard op gepast dreigende toon.

‘Dat is een bidonhouder,’
antwoordde de man zonder een spier te verrekken.

‘Juist,’ zei ik. ‘Dat dacht ik al. Wat
kost hij?’

De man pakte het ding uit mijn
handen, haalde de streepjescode over een apparaat en keek op zijn computer.

‘Twee euro en vijftig cent,’ antwoordde
hij.

‘Dat is niet duur,’ zei ik.

‘Ik zal mijn baas zeggen, dat hij
hem duurder moet maken,’ antwoordde de man onverstoorbaar.

‘Dan moet je wel eerst onthouden
dat je ze verkoopt,’ zei ik.

Dat vond hij geloof ik niet zo leuk.
Maar dat mocht de pret niet drukken: mijn fiets was voor een schijntje weer
compleet, en, belangrijker nog, hij behoorde niet tot de 2000 gestolen vehikels
van die dag. Ik had weinig reden tot klagen.

 

Klik hier voor de column zoals hij in de FietsActief is verschenen