Laatst hadden we een nieuwe auto nodig. Dus reden we naar een showroom, en raakten in gesprek met een
verkoper: een vriendelijke vijftiger met zestig kilo overgewicht. Hij prees een
bepaalde auto gemoedelijk doch volhardend aan, en na wat heen-en-weer gepraat,
reden we de showroom uit voor een proefrit.
Vrijwel direct na vertrek
begon er een zenuwachtig lampje te knipperen, dat vergezeld ging van een
onheilspellend en uiterst storend piepgeluid.
‘Je hebt je gordel niet om,’
sprak Aimée gedecideerd.
Zuchtend rukte ik de gordel
uit de slaapstand, trok hem over me heen en klikte hem vast. Het gepiep en
geknipper stopte en we reden verder.
‘Laten we even naar mijn zus
rijden,’ zei ik, en om de ingebouwde navigatie te testen, probeerde ik gelijk maar
het adres in te voeren. Maar wat ik ook deed, het lukte niet.
‘Ach joh, dat zoeken we
straks wel uit,’ sprak Aimée terwijl ze bezorgd naar mijn bedonderwolkte
gezicht keek.
Mokkend legde ik me neer bij
het feit dat ik dit soort elektronica in eerste instantie nooit begrijp (en in
tweede instantie meestal ook niet) en we zetten koers richting mijn zus.
‘Wat is dat voor knop?’ zei Aimée
even later, op de snelweg, wijzend op twee onduidelijke knopjes op de
richtingaanwijzer.
Ik boog me voorover om te kijken.
‘Cruise-control staat erop,’ zei ik. ‘Nu je het zegt, leuk, laten we
de cruise-control eens aanzetten.’
Maar wat ik ook drukte, trok
en deed, de cruise-control schakelde niet in.
‘Fijn karretje,’ zei ik
terwijl we voortzoefden. ‘Rijdt lekker. Wel jammer dat alleen niks werkt.’
‘Je moet niet altijd zo snel
conclusies trekken,’ wierp Aimée tegen. ‘Straks zoeken we alles rustig uit.’
Op de terugweg vergaten we
het uitzoekwerk, en voor het wisten zaten we weer in de showroom aan de koffie.
‘En?’ vroeg de dikke man
hoopvol.
‘Rijdt lekker,’ zei ik. ‘Maar
als ik deze auto koop, moet dat waarschuwingslampje voor de gordels even
uitgezet worden, want daar word ik gek van.’
De man roerde even in zijn
koffie. ‘Dat kan ik niet voor u doen,’ antwoordde hij ten slotte. ‘Dat is
onveilig. Daar mag en wil ik niet aan meewerken.’
‘Zestig kilo overgewicht is ook
onveilig!’ wilde ik uitroepen, maar ik slikte mijn woorden net bijtijds in,
schraapte mijn keel en speelde mijn troef uit:
‘Dan denk ik niet, dat ik de
auto koop. Ik bedoel, als ik voor elk kort stukje…’
‘Maar meneer, èlke nieuwe
auto heeft dat tegenwoordig,’ onderbrak hij me. De man keek me aan alsof ik van
een andere planeet kwam.
‘En bovendien, ook op korte
stukjes gebeuren ongelukken,’ vervolgde hij met een air alsof hij een
belangrijke wetenschappelijke onthulling deed.
‘Dat zal allemaal best,’
begon ik, tot Aimée zei:
‘Laten we er maar even over
ophouden.’
‘Oké,’ zei ik om de sfeer
niet te bederven. ‘Iets anders dan. De navigatie werkt niet.’
‘Probeerde u soms een adres
in te voeren tijdens het rijden?’ vroeg de man. Ik knikte.
‘Tijdens het rijden kan dat
niet. Kwestie van veiligheid.’
Ik zuchtte diep en staarde
een paar seconden uiterst moedeloos naar buiten. In wat voor wereld was ik
terecht gekomen?
‘En de cruise-control kun je dan
zeker ook alleen gebruiken als je stilstaat?’ hernam ik met een sarcastisch
lachje het gesprek.
‘Om de cruise-control te
kunnen gebruiken, moet je eerst minimaal één keer geremd hebben,’ sprak de man,
die duidelijk vaker met dit bijltje gehakt had.
‘Vanwege veiligheidsredenen,’
opperde ik.
‘Inderdaad,’ knikte de man
zonder enig sarcasme.
‘Goed,’ sprak ik ferm en
stond op. ‘We doen het niet. Ik word gek van al die betutteling. Ik wil een
auto kopen, geen oppas.’
‘Maar verder was het wèl een
fijne auto,’ wierp Aimée tegen en keek me aan. ‘En alle auto’s hebben dat tegenwoordig.’
Een week later reden we in
onze nieuwe auto de showroom uit.
‘Goede reis en voorzichtig aan,’ zei de man terwijl
hij toe keek hoe we instapten. Slechts met de grootst mogelijke zelfbeheersing
slaagde ik erin om niet over zijn tenen te rijden.