Een tuiniertip waar je echt wat aan hebt

Het is zomer, dus ik geef u een tuiniertip. Om deze tip goed
te kunnen begrijpen, eerst heel eventjes terug in de tijd. Toen ik een klein
jongetje was, lag ik in de zomer weleens in bed te luisteren hoe de buurman het
gras maaide. Hij deed dat met zo’n handmatig bediend rollertje. Prachtige
apparaatjes waren dat: de buurman maaide het gras, waarbij hij een aangenaam
ratelend tikje produceerde, en ondertussen liet hij één van de verrukkelijkste
geuren die de mensheid kent mijn slaapkamer binnenwaaien: die van vers gemaaid
gras. 

De tijden zijn inmiddels veranderd. Als de buurman anno 2011
het gras maait, doet hij dat met een benzinegrasmaaier. Dat is een ongelofelijk
lawaaiig ding, dat gek genoeg niet sneller is dan die handmaaier van vroeger,
eerder trager, dat fossiele brandstof verstookt en vier straten verderop nog te
horen is. Dit noemen wij: vooruitgang.
 

Die vooruitgang doet zich trouwens niet alleen op
grasmaaigebied voor, ook op het terrein der bladerenverwerking heeft men intussen
de nodige progressie geboekt, en wel in de vorm van de bladblazer. De hoofdtaak
van zo’n ding is het produceren van een nogal rumoerige windvlaag. Daarmee jaag
je de irritante blaadjes, die de aanblik van tuin of straat zo misselijk
verzieken, op een stapel. Zodat je ze op kan ruimen. Tijdens het blazen houd je
het geval als een enorme fallus voor je, meestal ook op die hoogte, en zo loop
je dan als echte blaadjesbaas door je tuin. Geen blaadje, hoe klein ook, kan
ontsnappen. Ik heb eens een man gezien die op een winderige dag bezig was alle
bladeren in de straat voor zijn huis op een hoop te blazen. Zodra hij zich
omdraaide, blies de wind de blaadjes weer alle kanten op. Ja, zo kun je heel
wat plezierige uurtjes beleven, met die enorme blaaspik voor je buik, en je
nutteloze gehannes.
 

Goed, de bladblazer is duidelijk een apparaat dat ontworpen,
geproduceerd en gebruikt wordt door debielen, maar geloof het of niet, het kan
nog erger: de bosmaaier. 
De bosmaaier – ook bijzonder populair onder medewerkers van
plantsoenendiensten – is ook een grasmaaier, maar dan eentje die je voor je
houdt als een metaaldetector, met een band om je rug. Een apparaat, speciaal
voor de moeilijke hoekjes.

Eén van de opvallendste kenmerken van de bosmaaier is zijn
geluidsniveau: het ding produceert meer herrie dan een overvliegend squadron
jachtbommenwerpers. Als je in de tuin zit, en iemand zet zo’n ding aan, slik je
van schrik je huig in, en alle huisdieren in een straal van twee kilometer
schieten met de staart tussen de poten naar binnen. 
Dit apparaat, dat genoeg kracht heeft om een complete olifant
binnen een halve minuut tot moes te malen,
gebruiken wij westerlingen om dingen mee af te snijden als
paardenbloempjes, grassprietjes en een enkele in de weg staande brandnetel. 
En dat terwijl het zoveel anders kan. Ik heb in Zwitserland eens
een oude man het hellinkje naast ons chalet met een zeis zien maaien, waarbij
hij alleen maar een zacht ruisend zis-zis-zis geluid produceerde. En hij was sneller
dan een bosmaaier.

We komen bij de tuiniertip.

Ik stel voor dat iedereen die een tuin heeft, daar de
hoogste boom selecteert. Pak nu een vers, sterk, lekker ruikend stuk touw of
hennep, maak hier een mooie strop van, en zet een krukje klaar. 
En nu maar rustig afwachten tot de bedenker van de bosmaaier
of de bladblazer zich in de buurt waagt. 

 

Reageer!