Fietsreparatiecursus

Vanochtend wilden we gaan mountainbiken. Helaas bleek mijn achterwiel bij een kleine test nogal heen en weer te zwabberen. Het zat hem in de naaf. De naaf moest bijgesteld worden. Het deed me denken aan een fietsreparatiecursus die we ooit eens volgden. De cursus werd gegeven op de ‘doe-zelf-school’, wat hoopgevend klonk. 

Om handigheid op te doen, hadden we
voor die cursus al drie andere, korte cursussen gevolgd, maar die bestonden in
de praktijk voornamelijk uit het kijken naar hoe een handige fietsenmaker een
trapas demonteerde of een nieuwe rem installeerde. Aan het plafond hing dan een
fiets (thuis zag ik me nog geen fiets in de woonkamer ophangen, om van ophangen
onderweg nog maar te zwijgen – aan een boom?) en tijdens het werken, zei de
cursusleider dan dingen als ‘zoals je ziet, monteer ik hier de klikdoos over de
controlestift heen, zonder het koppelmoment uit het oog te verliezen,’ waarna
de cursisten begrijpend knikten. Ik zocht op dat soort momenten altijd met hoog
opgetrokken wenkbrauwen steun bij Aimée, en gelukkig vond ik in haar ogen
altijd een zielsverwant, die het ook niet begreep.

Als je de handelingen van de docent
thuis ging nadoen bleken deze ook altijd, en zonder uitzondering onuitvoerbaar.
Kortom, mijn handigheid met fietsen, die toch al niet overdreven groot was, was
niet merkbaar toegenomen door deze lessen.

Maar deze ‘basiscursus
fietsreparaties’ was anders, grondiger, hij behelsde maar liefst zes
zaterdagochtenden. Tijdens de eerste bijeenkomst bleek dat er zeven cursisten
waren, Aimée was de enige vrouw. De docent legde de eerste ochtend het niet te
onderschatten belang uit van goed gereedschap. Hij toonde een aantal
gereedschappen en legde van elk ervan uit, waartoe het diende. Een van de
cursisten heette Dirk: een man met beperkte verstandelijke vermogens, die
praatte als het André van Duin typetje meneer Wijdbeens. Bij elk gereedschap
dat omhoog werd gehouden riep Dirk vol trots van achter uit het lokaal: ‘die
heb ik ook thuis.’

In het begin werd er wat meesmuilend gelachen, maar na het
zeventiende gereedschap ging de mededeling van Dirk toch wat op de zenuwen
werken. ‘Jij hebt wel erg veel gereedschap thuis,’ merkte de cursusleider
snedig op. Hierna hield Dirk zijn mond. Misschien zocht Dirk gewoon naar
erkenning voor het feit dat hij thuis een ijzerwinkel van ongebruikelijke
omvang tot zijn beschikking had. Ach, je kon het ‘Dirrukie’ zoals hij al snel
genoemd werd niet kwalijk nemen, want hij was een kind verpakt als volwassen
man, en zou altijd kind blijven. Misschien had zijn begeleider van het tehuis
waar hij woonde, hem naar deze cursus gestuurd om ook eens op zaterdagochtend van
Dirk af te zijn.
 

De rest van de cursisten bestond uit
een stille neger met een kapsel zoals Michael Jackson dat in de jaren ’70 had
en een kleine Indonesische man die altijd argwanend keek en zich zenuwachtig
gedroeg. Verder was er nog een enorme blanke en kale reus met de naam Henk, die
opmerkelijk genoeg de eerste les gekleed ging in een rode pantalon en een beige
lamswollen truitje. Dan was er nog een man genaamd Rinus die eveneens opviel
door zijn formidabele omvang en tot slot had je Aimée en ik.

Nadat alle gereedschappen toegelicht
waren, pakte de cursusleider een zeer oude en roestige mountainbike die, zo
meldde hij, ‘de komende weken als sleutelobject mocht worden gebruikt.’ Alles
mocht kortom stuk gemaakt worden aan die fiets. De Indonesische man merkte op
dat dat zonde was van die fiets, omdat ‘een kind wellicht nog plezier van die
fiets kon hebben.’

‘Hier hééft al een kind heel lang
plezier van gehad, en op een gegeven moment is het ook gewoon een keer op,’ reageerde de cursusleider geïrriteerd. De toon was gezet. Verongelijkt kijkend
ging de Indonesische man weer zitten. 

Vervolgens legde de leraar uit hoe je
de speling uit een naaf van een wiel kon halen. De blikken der cursisten
veranderden in grote fronsen, alleen Rinus scheen het te kunnen volgen. Het
leek mij een nogal zwaar onderwerp voor les één.

Bij les twee verscheen de grote kale
reus die Henk heette en die in de wandelgangen ‘bolle Henk’ werd genoemd, weer
in een nette pantalon, geen rode dit keer maar een beige, en ook zijn
lamswollen truitje had een andere pasteltint. Tijdens het koffiedrinken dat
voorafging aan de les, vertrouwde hij me toe elk jaar door de bergen van Spanje
en Frankrijk te fietsen. Ik kon me er weinig bij voorstellen. Henk bleef ook de
tweede les alles van veilige afstand gadeslaan en raakte geen boutje of moertje
aan. Misschien wilde hij niet dat zijn zorgvuldig gestreken pantalon een veeg
opliep. We gingen verder met het afstellen van naven en ook het demonteren van
trapassen kwam aan de orde. Rinus bleek dit alles al te beheersen en op mijn
vraag waarom hij dan als cursist deelnam en niet als cursusleider, antwoordde
hij dat er ‘altijd wel wat viel bij te leren.’ Hij bleek vooral te komen, om te
leren hoe je een slag uit een wiel haalde. Dit werd ingegeven door het feit dat
hij voortdurend slagen in zijn wiel opliep. Hij reed op een vouwfiets. 

‘Je bent gewoon domweg te zwaar voor
die fiets,’ sprak de docent. 

In les drie leerden we dan eindelijk
slagen uit wielen te halen, wat me best nuttig leek. Na het theoriegedeelte
griste ik één van de vele wielen waaraan gesleuteld mocht worden uit een hoek
van het lokaal. Er bleek geen slag in te zitten, maar die maakte ik er in, door
aan spaken te gaan draaien en nogal onbeheerst aan het wiel te rukken terwijl
het in een bankschroef geklemd stond. 

‘Zeg, dat is het wiel van mijn fiets,’
merkte de Indo geïrriteerd op, terwijl ik verwoede pogingen deed het wiel om te
buigen en in een acht te veranderen. 

‘Sorry,’ antwoordde ik, ‘het wiel
stond bij de wielen daar in de hoek, dus ik heb het gewoon gepakt.’ 

‘Ja, daar was het per ongeluk terecht
gekomen,’ snauwde hij, ‘maar het is gewoon een wiel uit mijn fiets waarmee ik
aan het eind van de cursus weer naar huis moet.’ 

De man was zijn fiets, een oude
Peugeot, weer helemaal aan het oplappen. Mijn actie droeg niet direct bij aan
de volledige renovatie van zijn vehikel, te meer daar de wielen zo ongeveer de
enige onderdelen waren die nog functioneerden. 

Les vier begon met het ‘stellen van
het balhoofd’. Oftewel: fietsenklussen voor ver gevorderden wat mij betreft.
Toen de leraar enige tijd bezig was met voordoen hoe je een stuur van een fiets
demonteerde, merkte Michael Jackson, die al weken muisstil was geweest, ineens droogjes
op: ‘zeg, ik zou graag eens leren hoe je een band plakt.’ 

Het viel stil in het lokaaltje.
Ineens werden we lichtjaren terug in de tijd geworpen en stonden we weer bij
les nul van ‘fietsreparatie voor absolute fietsanalfabeten’. 

‘Na het plakken van banden, zou ik
graag leren hoe je het licht van een fiets repareert,’ sprak de donkere man
verder. Na weken van zwijgen bleek ineens pijnlijk wat zijn niveau was, maar
nog pijnlijker was misschien wel, dat de man eigenlijk niet zo heel ver op ons
achter liep. Ok, hoe je een band plakte, wist ik wel, dat had ik al vaak genoeg
gedaan, maar lamswollen Henk bijvoorbeeld zag ik het niet doen, en ook Dirk
ging met zijn lekke banden vermoedelijk naar de fietsenmaker. 

‘Nadat we klaar zijn met het
balhoofd, ga ik jou uitleggen hoe je een band plakt,’ zei de docent monter. 

Bij les vijf was de volgende
taakverdeling te zien bij het ‘demonteren van derailleurs en tandwielen’: Aimée
en ik haalden onze mountainbikes uit elkaar. Dirrukie en Lamswollen Henk keken
geïnteresseerd toe. Rinus gaf ons de nodige tips terwijl de echte docent onze
Indonesische vriend begeleidde bij de opbouw van zijn fiets. Michael Jackson
zat moedeloos koffie te nippen op een stoel en hield zich geheel afzijdig.

Bij les zes moest ik constateren dat
ik toch wel een aantal dingen geleerd had. Zo had ik mijn remmen vervangen,
mijn derailleur gedemonteerd en weer succesvol gemonteerd, en was ik, en daar
lag de essentie denk ik, niet meer zo bang voor mijn fiets. Ik kon tevreden
terugkijken. De laatste les was het moment suprême voor de Indonesische man.
Hij moest zijn gehele fiets nog in elkaar terugmonteren en iedereen zou hem
daarbij helpen, met de docent op de achtergrond voor noodgevallen. Ik monteerde
met succes zijn voorrem terug. Bolle Henk was deze laatste les nu eens niet
gekleed alsof hij naar een trouwpartij ging, maar had een oude spijkerbroek
aangetrokken en een vale trui die vies mocht worden. Toch vervulde hij zijn
gebruikelijke rol van toeschouwer. Rinus ontfermde zich over de achterrem. Toen
hij die bijna helemaal in elkaar had, ging Dirk, die er wat voor spek en bonen
bij hing, ook aan de rem zitten, waardoor het ding opeens in tientallen
minuscule onderdeeltjes uit elkaar viel en daarna hulpeloos over de grond kletterde. Dirk trok
zich onmiddellijk geschrokken terug en lachte verontschuldigend. Je kon het hem
niet kwalijk nemen, net zomin als je een klein kind kunt kwalijk nemen dat het
een beker knikkers omstoot. Enfin, de klok ging richting het middaguur, en daarmee zou
onze laatste cursusochtend ten einde zijn. Wat maar niet wilde lukken, was het
in elkaar krijgen van het stuur van de fiets. Het stuur was wel gemonteerd,
maar als je het stuur naar rechts of links draaide, bewoog het voorwiel niet
mee, iets dat als essentieel wordt beschouwd in fietsenmakerskringen. 
‘De trappers moeten ook nog
gemonteerd worden,’ zei ik tegen de eigenaar van de fiets. 

‘Ja, dat moet ook nog ja, verdomme!’
reageerde de man geïrriteerd, terwijl hij gehaast heen en weer liep tussen
fiets en gereedschapskist. 
Het was inmiddels na twaalven. 

‘Een ander heeft het lokaal nodig
jongens, nu opruimen!’ sprak de docent. 
We gaven elkaar een hand en liepen
het lokaal uit. De Indonesische man liep met zijn stuurloze fiets achter ons aan door de gang. 

‘Ik zou er niet mee gaan fietsen op
deze manier,’ zei Bolle Henk droogjes. 
Ook hij had dus wel degelijk wat
opgestoken van de cursus. 
We liepen verder richting de uitgang, toen ik ineens een hoop gekletter
hoorde. De fiets van de Indonesiër was half uit elkaar gevallen. Moedeloos
staarde hij naar het wrak. Een voor één liepen de cursisten stil het gebouw
uit. We hadden geen gereedschap meer en de docent was ergens in een kamertje
verdwenen. We konden hem niet meer helpen.  

 

Reageer!